hebben en zijn

iDevice-pictogram Invuloefening
Vul de juiste vorm van hebben of zijn in.
  • jij een potlood voor mij?
  • Mijn man een nieuwe auto, maar de auto niet mooi.
  • Hallo, wie jij?
  • Ik Ronny.
  • Dit mijn vrouw Tatjana en dit onze kinderen.
  • Hoe oud je? Hoeveel kinderen je?
  • Ik geen Nederlandse les vandaag. De leraar niet op school.
  • Waar de kinderen? Ze op school. Het maandag vandaag.
  • Mijn man en ik een groot huis, maar het huis geen tuin.
  • De man niet rijk. Hij geen geld.
  • Jij klein.