Oefening 2

iDevice-pictogram De bezittelijke voornaamwoorden
Vul het juiste woord in.
1. Van wie is deze rugzak?

Deze rugzak is van Arbi. Het is rugzak.

2. Van wie is die handtas?

Die handtas is van mevrouw Karima. Het is handtas.

is handtas vergeten.

3. Van wie is deze pen?

Dat is de pen van Marta. Het is pen.

4. Van wie is dit klaslokaal?

Dit het klaslokaal van okan 1. Het is klaslokaal.

5. Van wie zijn al die schriften hier?

Die schriften zijn van ons. Dat zijn schriften.

6. Dag mevrouw de directrice? Is dat nieuwe auto?

7. Ben jij lat weer vergeten Mohamed?