Persoonswoorden stap 2

iDevice-pictogram Invuloefening
Vul het juiste persoonswoord in.

1. De kinderen spelen buiten.

hebben vrij.

2. Wat is je naam?

Hoe heet ?

3. Opa en oma komen morgen.

Hoe laat komen ?

4. Stil toch!

moet niet zo roepen.

5. Moeder wast de lakens.

hangt de lakens buiten.

6. Vader timmert een kast.

verft hem groen.

7. Yusef luistert naar de radio.

houdt van muziek.

8. Het kind loopt op straat.

speelt met een bal.

9. Het geitje mekkert.

heeft honger.

10.Maria en Jean gaan naar de cinema.

zien een mooie film.