Persoonswoorden van enkelvoud naar meervoud

iDevice-pictogram Invuloefening
Zet persoon en werkwoord in het meervoud.
  1. Hij staat voor de klas.

  1. Jij zit op een stoel.

  1. Zij staat buiten.

  1. Ik sta bij de bushalte.

  1. Jij staat in de keuken.

  1. Hij gaat naar de markt.

  1. Ik ga naar huis.

  1. Zij gaat naar school.